Ik heb niet de illusie dat het ooit opgelost is
Leven met de gokverslaving van mijn vriend — het verhaal van Lieke
Lieke* (38) en haar vriend (33) zijn tien jaar samen. Ze hebben twee kinderen en zijn verloofd — maar trouwen doet ze niet. De reden is zijn gokverslaving. Sinds ze elkaar kennen gaat het in golven: een tijd lang gaat het goed, en dan is er weer een grote terugval. Lieke vertelt hoe ze een manier vond om ermee te leven. Geen succesverhaal en geen voorbeeld om te volgen — wel een eerlijk verhaal.
* Lieke is een gefingeerde naam; ze wil anoniem blijven.
Ik wist niet dat hij gokte
We hebben elkaar leren kennen op het werk, en toen ik hem net kende, had ik geen idee dat hij gokverslaafd was. Langzaam kreeg ik vermoedens, doordat hij af en toe iets liet vallen over zijn schulden. Zo had hij een keer gewed op de voetbaluitslagen tijdens het WK en daar een schuld aan overgehouden. Ik wilde dat voor hem betalen, maar dat wilde hij niet, en ik dacht eerlijk gezegd dat het bij die ene keer zou blijven.
Dat bleek niet zo. Niet veel later kreeg hij problemen met het betalen van de huur, en stukje bij beetje werd duidelijk hoe diep het zat: hij had een lening afgesloten, met een doorlopend krediet. We woonden toen nog niet samen — het was nog het pril begin van onze relatie.
Al die tijd verborg hij het gokken en de geldzorgen. Zijn instelling was steevast dat het wel goed zou komen en dat het allemaal niet zo erg was; hij bagatelliseerde het. Daardoor had ik geen idee hoe ernstig de werkelijkheid eigenlijk was. Ik weet niet wat ik had gedaan als ik dat toen al wél had geweten.
“Ik dacht: als ik mijn eetstoornis kon overwinnen, dan hij dit ook.”
Ik kreeg er steeds meer moeite mee, al was het op dat moment nog geen vast onderdeel van onze relatie. Zelf heb ik een eetstoornis gehad, die ik heb overwonnen, en daarom dacht ik dat hij zijn verslaving net zo goed zou kunnen overwinnen. Wat ik toen nog niet wist, is dat een gokverslaving heel anders werkt: het draait veel meer om dopamine en veel minder om controle willen houden over je eigen lichaam, zoals bij een eetstoornis.
Ik ging ervan uit dat hij wel een manier zou vinden om met zijn gokken te leven, en dat hij er uiteindelijk mee zou kunnen stoppen. Maar door de omstandigheden bleek hij er juist meer moeite mee te hebben dan ik dacht. Ik had zelf altijd een veilig thuis om op terug te vallen, en ik keek vooral vanuit mijn eigen perspectief. Daardoor heb ik de situatie verkeerd ingeschat.
Hoe werkt een gokverslaving in de hersenen — en waarom is dat anders dan een eetstoornis?
Gokken grijpt rechtstreeks in op het beloningssysteem van de hersenen, waarin de stof dopamine een sleutelrol speelt. Dopamine komt vooral vrij bij de vóórpret — bij de verwachting van een beloning — en juist bij onvoorspelbare, wisselende beloningen. Daar is gokken precies op gebouwd. Online gokken versterkt dat nog: het is altijd beschikbaar, snel en eindeloos.
Bij herhaling raakt het beloningssysteem ontregeld: iemand heeft steeds meer nodig voor hetzelfde gevoel, en de controle over het gedrag neemt af. Het gokken wordt dan dwangmatig — geen vrije keuze meer. Een gokstoornis is dan ook de enige gedragsverslaving die deskundigen vaak in dezelfde categorie plaatsen als verslaving aan middelen, zoals alcohol of drugs.
Een eetstoornis valt in een andere categorie. Er zijn overeenkomsten — dwangmatig gedrag, het reguleren van moeilijke emoties, en het risico op terugval — maar de kern verschilt. Bij een eetstoornis draait het sterk om controle over het eigen lichaam, eten en zelfbeeld. Bij een gokverslaving draait het juist om dat ontregelde beloningssysteem in de hersenen. Daarom werkt ‘gewoon stoppen’ of ‘de controle terugpakken’ bij gokken anders dan bij een eetstoornis, en is herstel een ander proces.
Onze ‘working method’
De laatste vier à vijf jaar heeft hij therapie gehad, en daardoor zijn we allebei veel meer over de verslaving gaan begrijpen — onder andere dat gokken nu eenmaal op dopamine werkt. Waar vroeger de emoties nog vaak hoog opliepen door het gokken, gebeurt dat nu eigenlijk alleen nog bij een terugval. Dan schuurt het wel weer.
Inmiddels hebben we samen een manier gevonden waardoor het leven leefbaar blijft. Hij is nog steeds verslaafd, maar ik zorg ervoor dat hij niet meer kán gokken, en daar hebben we duidelijke afspraken over gemaakt. Tegelijk weet ik heel goed dat juist die afspraken de verslaving in stand houden: er verandert eigenlijk niets, behalve dat hij het gokken niet meer (makkelijk) kan uitvoeren.
Concreet beheer ik alle financiën. Hij krijgt alleen geld voor zijn eigen uitgaven, en als hij dat aan gokken opmaakt, is dat zijn keuze — veel is het niet, en de vaste lasten zijn in elk geval veilig. Dat maakt het voor ons werkbaar. We zijn nu een gezin met twee kinderen, en naast de gewone financiën beheer ik ook de schulden en zorg ik dat alles wordt afbetaald. Hij heeft daarbij coaching, zodat hij zélf de schuldeisers belt om afspraken te maken over de aflossingen, terwijl ik bewaak dat er daadwerkelijk wordt betaald.
“Hij ziet de ernst er niet van in.”
Hij erkent dat hij gevoelig is voor verslaving. Roken en blowen krijgt hij nog wel onder controle, maar het gokken lukt hem in zijn eentje niet. De diepere oorzaak is nog altijd niet boven tafel; hij durft nog niet goed uit te zoeken welke onderliggende problemen er precies spelen.
Hulp hebben we in de loop der jaren wel meerdere keren gezocht en gekregen. Bij Slicks en Budgetmaatje kreeg hij ondersteuning bij het budgetteren en het omgaan met betaalachterstanden — maar dat is geen verslavingszorg. Voor die verslavingszorg heeft hij zich twee of drie keer ingeschreven, maar telkens was er geen plek of een lange wachtlijst, en tegen de tijd dat het zover was, voelde hij de urgentie niet meer genoeg om door te zetten.
“Eigenlijk wil hij helemaal niet stoppen.”
Op dit moment gaat het redelijk, ondanks de recente terugval. Maar hij neemt voor zichzelf niet de rust om er echt iets aan te doen. Eigenlijk wil hij ook helemaal niet stoppen: hij wil wel af van het ongecontroleerde, grenzeloze gokken, maar het af en toe gecontroleerd doen zou hij willen behouden. De echte ernst ziet hij niet.
Forceren kan ik het niet, want hij moet het zelf willen. Vroeger werd ik er razend om en liep het flink uit de hand. Het blijft pijnlijk dat ik het niet voor hem kan oplossen. En zolang ík de verantwoordelijkheid draag, voelt hij de negatieve gevolgen van zijn gedrag eigenlijk nooit zelf — daar waak ik juist voor door alle financiën in handen te houden. Daar komt bij dat veel van zijn vrienden ook gokken en elkaar steeds opvangen, dus hij zou altijd ergens terechtkunnen als hij alles zou verliezen. Doordat hij telkens wordt opgevangen, zal hij niet snel een echt dieptepunt bereiken.
Wat het er niet makkelijker op maakt, is dat gokken tegenwoordig zo simpel online kan. De verleiding is overal, en zodra er reclame voorbijkomt, klikken we die zo snel mogelijk weg. Ik moet er bovendien zelf bovenop blijven zitten en het gesprek steeds opnieuw aangaan. Want als ik even niets van hem hoor, betekent dat nog niet dat hij niet gokt of er niet mee worstelt — ik moet er dus actief en bewust naar blijven vragen.
“Hij leeft nog liever op de bank bij een vriend dan dat hij zijn problemen onder ogen ziet.”
Wat het met mij doet? Ik heb niet de illusie dat dit ooit helemaal opgelost zal zijn. Ik heb altijd bewust een partner gezocht met wie ik niet per se alles hoefde te delen, maar nu we kinderen hebben, wil ik dat soms wel. Tot een jaar of twee, drie geleden had ik daar nooit zo bij stilgestaan, en soms ik baal ervan dat ik niet eerder van mezelf heb geëist dat ik een partner wilde met wie ik werkelijk alles kan delen. Tegelijkertijd is hij iemand met wie ik verder heel gelukkig ben: hij is zorgzaam, we doen samen leuke dingen en hij geeft me veel zelfvertrouwen en ruimte om dingen te doen waar ik gelukkig van word.
Toch begint het soms aan me te knagen — zijn gokverslaving, en het feit dat ik voortdurend de financiën in de gaten moet houden. Op zulke momenten spreek ik het uit. Ik merk namelijk dat mijn behoeften veranderen nu ik moeder ben en wat ouder word, en dat laat ik hem ook weten.
Hoe ik de toekomst voor me zie? Eerlijk gezegd kijk ik niet heel ver vooruit. Ik leef in het nu, en ik weet simpelweg niet hoe het verder zal gaan — of deze constructie over een tijd nog steeds goed werkt en voelt voor ons. Wat me wel heeft geholpen, is de workshop Grenzen Stellen van Stichting Naast. Die heeft me geleerd om mijn eigen grenzen beter te bewaken.
Mijn tips voor andere naasten
Het belangrijkste wat ik andere naasten zou willen meegeven: je bent niet de behandelaar van je partner. Met vriendinnen bespreek je van alles en help je elkaar over en weer, maar binnen een relatie werkt dat anders. Het is niet goed om de therapeut van je eigen partner te worden.
Zelf heb ik er juist veel baat bij gehad om erover te praten — met vriendinnen, en met coaching. Na tien jaar ben ik er inmiddels aan gewend geraakt. Wat me echt heeft geholpen, is om het aan meer mensen te durven vertellen. Bij de laatste terugval heb ik het bijvoorbeeld ook aan mijn ouders verteld. Vroeger hield ik dat soort dingen liever voor me, maar inmiddels ben ik er een stuk opener over. Het taboe doorbreken en het gewoon benoemen maakt het lichter.
De reacties liepen wel uiteen. Een collega had zelf verslaving in de familie en herkende het meteen; zij begreep dat het naast elkaar kan bestaan dat je van iemand houdt én dat hij verslaafd is. Een goede vriendin veroordeelde zijn gedrag juist — ze vindt het dom en kortzichtig en snapt mij en mijn keuzes niet, al kan ik me daar op zichzelf wel iets bij voorstellen. Mijn ouders reageerden vooral met heel veel bezorgdheid, en dat vind ik soms moeilijk. Ze zien dat ik een manier heb gevonden om ermee om te gaan, en dat respecteren ze — ze vinden het zelfs knap — en ik heb ze ook gerustgesteld. Maar bij die ene vriendin voel ik, ondanks haar pogingen, weinig echt begrip. Dat blijft dubbel.
Plan B
Heb ik een plan B, voor het geval het gokken erger wordt of helemaal uit de hand loopt? Dan blijf ik met de kinderen achter en gaan we hem gewoon opzoeken — dat zou voor mij prima zijn.
Lastiger is wat er moet gebeuren als ík zou wegvallen. Dat is formeel nog niet goed te regelen. Ik heb het wel met mijn ouders en mijn broer besproken, maar uitgewerkt is het nog niet; ik moet bijvoorbeeld nog een testament opstellen. Het liefst zou ik willen dat de voogdij na mijn overlijden gedeeld wordt tussen mijn broer en mijn partner, de vader van de kinderen. Maar mij werd verteld dat dat juridisch zo niet kan — de mensen bij wie ik advies inwon, hadden er zelfs nog nooit van gehoord. We zijn er dus nog niet uit.
“Ik heb hem niet nodig, maar ik ben wel heel blij dat hij in mijn leven is.”
Op papier draag ik nu eigenlijk alles. Toch voelt het voor mij niet zo, want hij draagt op zijn manier ook veel — de zorg voor de kinderen bijvoorbeeld. Hij is empathisch, weet precies wat ik belangrijk vind en geeft me alle ruimte. Misschien ben ik daarin wel een beetje blind en zou ik eigenlijk meer mogen verwachten. Maar ik was degene die kinderen wilde, met of zonder hem, en dat heb ik heel bewust gekozen. Ik ben erg zelfstandig; ik heb hem niet nodig — maar ik ben wel heel blij dat hij in mijn leven is. .
Emotioneel heb ik hem uiteindelijk meer nodig dan praktisch. En dat is denk ik precies de reden dat zijn gokverslaving en onze relatie nu standhoudt.
Het verhaal van Lieke is eerlijk en herkenbaar. Zij heeft ervoor gekozen alle financiën te beheren, zodat haar partner niet meer kán gokken. Hun leven wordt daar leefbaarder van, en dat is goed voor te stellen. Tegelijk benoemt Lieke het zelf al: het houdt de verslaving mogelijk óók in stand. Zolang jij als naaste de gevolgen opvangt, voelt je dierbare die gevolgen zelf minder — en kan de noodzaak om te veranderen naar de achtergrond verdwijnen.
Veel naasten herkennen dit. Je neemt ongemerkt steeds meer over: de schulden, de financiën, de controle. Je doet dat uit liefde en uit zelfbescherming, en dat is volkomen begrijpelijk. Maar het kan een zware last worden, terwijl de verslaving er niet kleiner van wordt.
Wat wij naasten willen meegeven: je hoeft de verslaving van je dierbare niet zelf op te lossen, en je bent niet zijn of haar behandelaar. Het helpt vaak om goed voor jezelf te zorgen, je eigen grenzen te bewaken en je dierbare zelf verantwoordelijk te laten blijven voor zijn eigen gedrag. Loslaten betekent niet dat je niet meer om iemand geeft — het betekent dat je de verantwoordelijkheid teruglegt waar die hoort, en je eigen leven niet volledig laat bepalen door de verslaving van een ander.
Hoe je hiermee omgaat, is uiteindelijk aan jou. Iedere situatie is anders, en alleen jij kunt bepalen wat op dit moment haalbaar en passend is. Worstel je hiermee, of wil je er eens over praten?
Bel: 070 – 416 17 81 of chat met ons als we online zijn.Deel ook jouw verhaal en help daar een ander mee!
Heb jij ook een dierbare die verslaafd is? Jouw verhaal kan iemand anders helpen die nu in stilte worstelt. Deel het met ons — met je eigen naam of anoniem. Want praten helpt, en schaamte is niet nodig.
Heb jij een dierbare met een verslaving? Je bent niet alleen, er is hulp!
Wij bieden individuele ondersteuning, counseling sessies, workshops en meer aan!










