Tips

1: Leg de verantwoordelijkheid waar hij hoort

Het probleem ligt bij de verslaafde zelf. En de verantwoordelijkheid voor de oplossing ook. Maar die verantwoordelijkheid neemt hij liever niet. Hij zoekt excuses voor zijn gebruik. Hij is dankbaar voor elk gebaar van jou waardoor hij kan denken dat jij het gebruik accepteert. Of dat jij wel snapt waarom hij drank of drugs gebruikt. En hij is altijd op zoek naar argumenten die ‘bewijzen’ dat het allemaal best meevalt. De verslaafde heeft er belang bij om het probleem te ontkennen. Want dan hoeft hij het ook niet op te lossen. Ga hier dus niet in mee. Wil je weten hoe je dat kunt doen en wil je meer inzicht in de dynamiek tussen jou en de verslaafde? Schrijf je dan vandaag nog in voor de workshop ‘Inzicht in jouw rol als naaste’

2: Laat de gevolgen van het gebruik bij de verslaafde

Iemand komt pas tot een besluit om iets aan zijn gebruik te veranderen, als hij erachter komt dat er meer nadelen dan voordelen zitten aan zijn gebruik. Als jij de problemen steeds weer oplost, ervaart de ander te weinig nadelen van zijn gebruik. Hij raakt dan niet gemotiveerd om iets aan zijn gebruik te veranderen. Het is zo moeilijk om toe te kijken hoe iemand zichzelf steeds verder de problemen in werkt, maar toch is dat de enige manier. Je hoeft de verslaafde niet los te laten, maar het is voor jezelf wel helpend om je reddersgedrag los te laten. Wil je weten hoe je dat kunt doen? Schrijf je dan vandaag nog in voor de workshop ‘Loslaten… Hoe doe je dat?’

 

3: Stel grenzen

Maak de verslaafde duidelijk waar de grens ligt van wat je nog wilt en kunt accepteren. Verwoord deze grens duidelijk en verbind een haalbare consequentie aan het overschrijden van die grens: zeg niet ‘Als je het nog 1 keer te bont maakt, dan is het klaar’. Want wat is ‘te bont’ en wat is ‘klaar’? Zeg bijvoorbeeld ‘als jij nog 1 dronken thuiskomt, dan mag je hier niet meer wonen’.

Zorg ervoor dat deze grens niet geleidelijk wordt overschreden en de verslaafde toch weer zijn zin krijgt. Zolang een verslaafde namelijk geen echte consequenties ervaart van zijn gedrag, voelt hij ook geen noodzaak om met dat gedrag te stoppen en blijft de huidige situatie zoals hij is. Wil je hulp bij het stellen van grenzen? Schrijf je dan vandaag nog in voor de workshop ‘Grenzen stellen’

4: Communicatie

Logisch dat je soms boos wordt. Maar het werkt niet om te roepen: ‘Je bent een leugenaar en een slappeling!’ Daar komt alleen maar ruzie van. En ruzie ziet de verslaafde alleen maar als een goed excuus om weer te kunnen gebruiken. Bovendien: vaak denken verslaafden al negatief over zichzelf. En om het gebruik aan te pakken, heeft iemand juist zelfvertrouwen nodig, en het idee dat hij voor anderen nog steeds de moeite waard is.

Zeg bijvoorbeeld: Ik kan niet langer omgaan met deze situatie en kies voor mezelf door afstand van je te nemen zolang je nog gebruikt. Mocht je echter hulp zoeken, dan ben ik er voor je en sta ik altijd voor je klaar.

Wil je leren hoe je op een andere manier kunt communiceren? Schrijf je dan vandaag nog in voor de workshop ‘Grenzen stellen’

Tips voor een goed gesprek

TIP 1: KIES EEN GOED MOMENT

Begin niet over het gebruik en de problemen die jij ervaart, op een moment dat je heel erg boos bent. Of als de verslaafde onder invloed is. Drank en drugs zorgen voor onvoorspelbare reacties. Bovendien is hij morgen misschien alweer vergeten wat je hebt gezegd.

 

TIP 2: VRAAG NAAR DE VOORDELEN VAN HET GEBRUIK

De verslaafde heeft voordeel van zijn gebruik. Zijn naasten niet, en die willen er daarom meestal geen goed woord over horen. Toch is het goed om hier bij de verslaafde expliciet naar te vragen. ‘Wat brengt het je? Wat levert het gebruik je op? ’Het praten over de voordelen, haalt de spanning uit het gesprek. En het kan helpen om ook over de nadelen te bespreken. Vraag dus ook: ‘Zitten er voor jou ook nadelen aan het gebruik? Welke zijn dat?’ Vaak komt de verslaafde zelf wel met iets. Dan heb je een aanknopingspunt om ook te praten over wat het gebruik voor jou en jouw leven betekent.

TIP 3: WEES DUIDELIJK EN CONCREET OVER WAAR JIJ LAST VAN HEBT

Zeg niet: ‘Ik vind het niet goed dat je zoveel drinkt’. Dat leidt maar al te gemakkelijk tot discussies over wat ‘veel’ is. Of tot vergelijkingen met anderen die nog meer drinken. Maak het concreet: ‘Je wordt luidruchtig als je gedronken hebt, en dat vind ik vervelend’.

 

TIP 4: GEBRUIK GEEN LOZE DREIGEMENTEN

Je hoeft een dreigement maar een keer niet waar te maken of de verslaafde neemt je al niet meer serieus. Dreigen gebeurt vaak in een opwelling van woede, verdriet of machteloosheid. Begrijpelijk, maar het werkt niet. Het is beter om iets te bedenken wat je wel kunt uitvoeren. Bijvoorbeeld: ‘Als je me dronken belt, dan verbreek ik de verbinding’.

In het EO-programma ‘Dilemma’ gaat Tijs van den Brink iedere week op zoek naar de oplossing voor een dilemma.

Dit keer het ‘Dilemma’ van Betty: Moet ze na 15 jaar bij haar heroïneverslaafde vriend blijven of de relatie stoppen? Haar zoon, ervaringsdeskundigen en Stichting Naast denken met haar mee.

Bekijk aflevering